Posts tonen met het label Acteurs. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Acteurs. Alle posts tonen

zaterdag 14 december 2019

Georges Méliès, de Magiër van de Cinema

Georges Méliès was een Franse illusionist, filmmaker en pionier op het gebied van speciale effecten. Hij was ook een buitengewone visuele technicus die zeer handig gebruik maakte van speciale effecten voor zijn films. Niet voor niets wordt hij in het Frans 'Magicien du Cinéma' (Magiër van de Cinema) genoemd. Toen de eerste echte en door de gebroeders Lumière gemaakte films in 1895 in Parijs werden vertoond, was Méliès, een professioneel goochelaar, één van de enthousiaste toeschouwers. Na het zien van de sensationele bewegende fotocamera van Lumière besloot hij zelf films te gaan maken. Hij verwierf via een Engelsman een projector, bestudeerde het apparaat en bouwde hem tot een filmcamera om. En hij stichtte zijn eigen studio in de buurt van Parijs, schreef scripts, ontwierp ingenieuze sets en gebruikte acteurs om verhalen te filmen. Zo begon hij films te maken met slimme trucs en verbazingwekkende illusies. Dat deed hij met experimenten met stop motion, slow motion, dissolve, dubbele belichting, waarmee hij illusies in zijn films kon creëeren. Ze waren allemaal voortbouwend op Méliès' theatrale innovaties. De resultaten van Méliès' experimenten waren zeer verbluffend. Georges Méliès was een echte pionier die een sleutelrol in de cinematografische techniek had gespeeld. De Amerikaanse filmregisseur Martin Scorsese zei vol lof over Méliès;"Hij heeft alles uitgevonden. Eigenlijk heeft hij het allemaal uitgevonden."

Georges Méliès (1861-1938)

Van 1899 tot 1912 maakte Méliès meer dan 500 films. Met een intuïtie van een goochelaar wist hij illusie, komedie en pantomime als fantasiethema's op een speelse en absurde manier te combineren. En hij had zich ook gespecialiseerd in het weergeven van extreme fysieke transformaties van het menselijke lichaam zoals het uitvallen van hoofd en ledematen. Een voorbeeld van Méliès' weergaloze truc is de film 'L'Homme à la Tête en Caoutchouc' (vertaald: De man met het rubben hoofd) uit 1901. Een levensecht hoofd met bewegende gelaatstrekken wordt in deze film als een enorme ballon opgeblazen dat het uiteindelijk uit elkaar is gespat. Bekijk de onderstaande videoclip:



Verder experimenteerde Méliès kleur en superimpositions, waarbij meerdere beelden over elkaar werden gelegd. Dat deed hij in z'n eentje allemaal. Hij regisseerde films, schilderde decors in zijn eigen studio, bedacht goocheltrucs, liet zijn acteurs aan het einde van de filmvoorstelling buigen en acteerde zelf ook. Hij maakte ook gebruik van acrobaten en danseressen en vormde in z'n eentje een eigen orkest. Ook wist hij speciale effecten uit het theater op zijn films toe te passen. Hij was de meester van speciale effecten maar ook een machtig medium in het vertellen van verhalen. Om zijn speciale effecten wordt Georges Méliès een eeuw later nog steeds bewonderd. Zeer terecht schreef Laurent Manonni van La Cinémathèque Francaise; "De magie van George Lucas en Steven Spielberg zou vandaag niet mogelijk zijn geweest zonder Méliès' ontwikkeling van technieken in theatrale machinerie." Georges Méliès was niet alleen een illusionist, filmregisseur en acteur maar ook een producent, scenarioschrijver, editor en cinematograaf. Hij was ook de oprichter van zijn eigen productiemaatschappij 'Manufacture de Films pour Cinématographes', beter bekend als Star Film Company, en had in 1897 zijn eerste filmstudio van Europa gebouwd. 

Georges Méliès (links) in zijn eigen filmstudio in Montreuil

Onvergetelijk is het beeld van de landing van de raket in het oog van de maan, een allerbekendste scene uit Méliès' beroemdste film 'Le Voyage dans la Lune' (1902). Deze scene was een verbluffend staaltje van de filmtechniek van Georges Méliès. De film is gebaseerd op het boek van de Franse schrijver Jules Verne. Méliès bewees zichzelf gespecialiseerd te zijn in horror en science-fiction. Zijn films 'Le Voyage dans la Lune' (De reis naar de maan. 1902) en 'Le Voyage à Travers l'Impossible' (De onmogelijke reis. 1904), beide met vreemde en surrealistische reizen in de stijl van Jules Verne, worden beschouwd als twee van de belangrijkste vroege science-fictionfilms, hoewel ze ook genre fantasie bevatten. Méliès was vrijwel zeker geinspireerd door de boeken van Jules Verne, hoewel hij en Jules Verne tijdgenoten waren en nog nooit elkaar ontmoet hadden.

De landing van de raket in het oog van de maan... 

Een fragment uit de film 'Le Voyage dans la Lune':




De zon opent zijn mond om de vliegende trein te slikken...

Georges Méliès werd in Parijs geboren als zoon van een welgestelde schoenmaker. Zijn moeder was van Nederlandse afkomst. Op tienjarige leeftijd begon de jonge Georges al reeds met het bouwen van kartonnen poppenkasten en ging hij verder met het maken van nog verfijndere marionetten. Hij studeerde in 1880 met een baccalaureaat af aan het lyceum. In 1884 werd hij door zijn vader naar Londen gestuurd. In Londen bezocht  Georges het Egyptian Theater, gerund door de Londense goochelaar John Nevil Maskelyne. Gefascineerd door goocheltrucs besloot hij zelf ook goochelaar te worden. In het theater ontwikkelde Georges een levenslange passie voor toneelmagie - en kunst en visuele effecten. Hij leerde ook met mechanische automaten, valluiken en verlichting te werken. Ook trad hij voor het eerst als goochelaar op. Even later keerde hij naar Parijs terug. Toen zijn vader in 1888 met pensioen ging, verkocht Georges de schoenfabriek van zijn vader om het Théâtre Robert-Houdin op te kopen, waar hij zijn carrière als illusionist, filmreggiseur en acteur begon. In zijn eigen theater kon hij filmvoorstellingen geven. In de loop van jaren had Méliès meer dan 500 films uitgebracht. Zijn films waren niet alleen in Frankrijk maar ook in Amerika succesvol geweest. Ze maakten Georges Méliès beroemd. Méliès ontdekte echter dat zijn films illegaal werden gekopieerd in de Verenigde Staten en er veel geld met de illegale kopieën mee werd verdiend. De schending van het auteursrecht door de Amerikaanse producenten leidde ertoe dat Méliès het auteursrecht voor zijn eigen productiemaatschappij Star Film Company had aangevraagd. Ook opende hij samen met zijn broer Gaston Méliès een filiaal in New York.

Het portret van Georges Méliès


Boven en onder: twee posters van het Théâtre
Robert-Houdini van Georges Méliès


Vanaf 1905 ging het bergafwaarts met Georges Méliès en zijn bedrijf. Méliès kreeg geduchte concurrentie van Charles Pathé, die vanaf 1911 begonnen was met het vertonen van zijn films. Met Pathé had hij ook zakelijke conflicten. Bovendien was de filmindustrie helemaal veranderd en gecommercieeld en het nieuwe tijdperk van de wereldwijde cinema was ingeluid. Daardoor kreeg Méliès het steeds moeilijk om zich aan de veranderingen in de filmindustrie te passen. En de laatste drie films, die Méliès in opdracht van Pathé had geproduceerd, waren een flop. Hij ging failliet, kon zijn schulden niet betalen en verkocht zijn filmstudio. En zijn theater werd in 1914 gesloten. De oorzaken van de financiële ondergang van Méliès waren Amerikaanse filmpiraterij, gestandaardiseerde filmprijzen die in 1908 door de Motion Picture Patents Company werden vastgelegd, de toenemende concurrentie van filmmaatschappijen en de afnemende populairiteit van Méliès' fantasiefilms. Het publiek had geen behoefte meer aan fantasiefilms, iets wat Méliès niet kon begrepen. Hij kon zich niet voorstellen dat de smaak van het publiek veranderd is. En de Franse filmbedrijven Pathé, Gaumont en Éclair veranderden in corporaties, maar Méliès wilde zijn onafhankelijke bedrijf behouden en niet in een corporatie veranderen. Méliès zou gezegd hebben;"Ik ben geen corporatie. Ik ben een onafhankelijke producent!" In 1923 werd het theater Robert-Houdin afgebroken om plaats te maken voor de Boulevard Haussmann. In dezelfde jaar kon Pathé de filmmaatschappij en studio van Méliès overnemen. Uit pure woede, opgekropte frustraties en onmacht verbrandde hij alle negatieven en postieve afdrukken die hij nog in zijn bezit had. In 1925 raakte Méliès die financieel aan de grond was gegaan, alles kwijt en verviel hij in armoede. Samen met zijn vrouw ging hij in een kiosk in de grote hal van het station Montparnasse werken, waar hij snoep en speelgoed verkocht.

Georges Méliès in zijn kiosk in Montparnasse

Georges Méliès maakte een kleine schilderij van de raket in
het oog van de maan. De foto is in de kiosk van het station
Montparnasse genomen.

Rond dezelfde tijd werd Georges Méliès herontdekt, toen de Franse journalist Georges-Michel Coissac erin was geslaagd hem op te sporen en te interviewen voor een boek over de filmgeschiedenis. Coissac was de eerste filmhistoricus die het belang van Méliès voor de filmindustrie had aangetoond. Aan het eind van de jaren twintig van de vorige eeuw waren verschillende journalisten ook begonnen met het onderzoeken van Méliès en zijn meesterwerken, waardoor nieuwe belangstelling voor hem en zijn films aangewakkerd werd. Toen het aanzien van Méliès in de filmwereld weer begon te groeien, kreeg Méliès uiteindelijk ook erkenning. In 1929 werd er een gala voor hem georganiseerd. In oktober 1931 werd hij met de Franse Legioen van Eer geëerd, waarvan de medaille door de Franse filmmaker Louis Lumière aan hem werd uitgereikt. In 1932 namen Méliès, zijn kleindochter Madeleine en zijn tweede vrouw Jehanne d'Alcy hun intrek in een bejaardentehuis dat eigendom was van de Cinema Society, in Orly. Eind 1937 werd Méliès erg ziek en in het ziekenhuis opgenomen. Georges Méliès stierf tijdens een kortstondige ziekte op 21 januari 1938 op 76 jarige leeftijd en werd begraven op de begraafplaats Père Lachaise. Zijn nalatenschap wordt nog altijd in ere gehouden. Bovendien vormen de films van Georges Méliès een grote en belangrijke inspiratiebron voor zeer veel filmmakers. Charlie Chaplin noemde Méliés 'de alchemist van het licht.' Walt Disney die in 1936 het Legioen van Eer aangeboden kreeg, betuigde zijn dank aan Méliès en zei dat Méliès de mogelijkheden ontdekt had om poëzie binnen het bereik van de man op straat te plaatsen. Britse filmregisseur, cabaretier, scenarioschrijver, animator en acteur Terry Gilliam noemde Méliès 'de eerste grote filmtovenaar.' Zonder nalatenschap van Georges Méliès, de magiër van de cinema en de illusionist van het witte doek, zouden spectaculaire films met speciale effecten als Star Wars, Indiana Jones, Jurassic Park, Lord of the Rings, King Kong en nog veel meer zo goed als zeker niet gerealiseerd kunnen worden. Zonder magie van Méliès zouden deze films ondenkbaar zijn! In 2011 werd Martin Scorsese's film 'Hugo' als eerbetoon aan Georges Mélies uitgebracht dat het over het latere leven van Méliès ging. De rol van Méliès werd gespeeld door Sir Ben Kingsley, een gevierde Britse acteur en Oscarwinnaar. 

Ben Kingsley (links) als Georges Mélièrs en Asa Butterfield
(rechts) als Hugo in de film 'Hugo' (2011)
 

Filmografie:

Georges Méliès had ongeveer 520 films tussen 1896 en 1912 gemaakt en zijn films bevatten verschillende genres, waaronder fantasieën, komedies, satires, melodrama's, erotiek en fantasievolle reizen. Zijn werken worden vaak beschouwd als de belangrijkste voorlopers van de moderne cinema. Veel van Méliès werken zijn verloren gegaan. De oorzaken zijn de vernietiging van Méliès' oorspronkelijke negatieven, de inbeslagname van het theater door het Franse leger en de verslechtering van de beeldkwaliteit van de films die vóór 1950 waren gemaakt. Vandaag bestaan er nog ongeveer 200 van de 520 films van Georges Méliès. Af en toe duiken Méliès' films op, die per toeval zijn ontdekt. Maar de meeste films die goed bewaard zijn gebleven, zijn afkomstig uit de Amerikaanse Library of Congress, omdat Méliès' broer Gaston elk afdruk van alle nieuwe starfilms inleverde om het auteursrecht te behouden, toen hij in 1902 de filiaal van Méliès' eigen productiemaatschappij Star Film Company in Amerika had geopend. In de afgelopen tien jaar zijn veel fragmenten van Méliès' films opnieuw ontdekt en worden ze voor het eerst op Blu-ray schijven gepresenteerd. Ze waren opgenomen uit de beste archiefmaterialen en met behulp van meest geavanceerde technologie gerestaureerd. Lobster Films, gevestigd in Parijs, de geboortestad van Georges Méliès, heeft de beste elementen voor elk van deze films gescand en een uitgebreide digitale restauratie uitgevoerd, de afbeeldingen gestabiliseerd en vervaagde kleuren opnieuw gedigitaliseerd. De unieke nitraat handgekleurde printen en originele camera-negatieven waren door grote archieven als Library of Congress, EYE Film Institute, Cinémathègue Francaise en Národní Filmovy Archiv, en particuliere verzamelaars over de hele wereld beschikbaar gesteld. De gerestaureerde collectie van Méliès' films zijn nu op Blu-ray en DVD te zien. Zowel Blu-ray als DVD met 'Méliès - Fairy Tales in Color' als de titel is nu overal verkrijgbaar.

Cover Blu-ray 'Méliès - Fairy Tales in color'

Een ovezicht van enkele belangrijke films:

Jeanne d'Arc                                      (1900)
L'Homme Orchestre                         (1900)
L'Homme à la Tête en Caoutchouc (1901)
Le Voyage dans la Lune                   (1902)


Le Voyage à Travers L'Impossible (1904)



Vingt Mille Lieues sous les Mers     (1907)
A la Conquête du Pôle                      (1912)


                

woensdag 8 mei 2019

Bobby Driscoll

Bobby Driscoll was een Amerikaanse kindacteur die bekend stond om een aantal klassieke films 'Treasure Island' en 'Song of the South.' Hij was ook een animatiemodel die de stem gaf voor de titelrol in 'Peter Pan' (1953). In 1950 won hij Academy Juvenile Award voor zijn uitstekende acteerprestaties. Op 3 maart 1937 werd hij als Robert Cletus Driscoll, het enige kind van Cletus Driscoll (1901-1969) en Isabelle Kratz (1897-1972), in Cedar Rapids, Iowa. Kort na zijn geboorte verhuisde het gezin Driscoll naar Des Moines, waar ze tot begin 1943 verbleven. Daarna ging het gezin naar Los Angeles verhuizen, toen een arts Bobby's vader adviseerde naar Californië te verhuizen, omdat hij last had van werkgerelateerde omgang met asbest. In Los Angeles werden de ouders aangemoedigd om Bobby in films te laten spelen. De vijfjarige Bobby kreeg tijdens de rondleiding door een filmstudio al spoedig de aandacht van de studio-baas, toen hij een mock-up-schip opmerkte en vroeg waar het water was gebleven. De studio-baas was onder de indruk van de nieuwsgierigheid en intelligentie van de jongen en koos hem uit voor zijn films, terwijl er meer dan 40 kandidaten, allen kinderen, waren.





Bobby debuteerde voor het eerst in de door 20th Century Fox geproduceerde drama-film 'The Fighting Sullivans' (1944). Zijn korte debuut duurde slechts 2 minuten. Daarna speelde hij kleinere rollen in films. Vanwege zijn acteerprestaties en rollen werd hij 'wonder child' genoemd. Bobby Driscoll was de eerste kindacteur die gecontracteerd werd met de Disney studio. En zijn tegenspeelster Luana Patten die vanaf haar derde levensjaar al een professioneel model werd, trok ook de aandacht van Walt Disney, toen ze op de cover van het magazine 'Woman's Home Companion' verscheen.
 

Luana Patten en Bobby Driscoll

Van links tot rechts: Bobby Driscoll, Walt Disney en Luana
Patten
 
Samen speelden Bobby en Luana in de geanimeerde musical 'Song of the South' (1946). De succesvolle film veranderde Driscoll en zijn tegenspeelster Patten in kindsterren en ze werden als Walt Disney's "Sweetheart Team" door de Amerikaanse pers genoemd. Echter is de Disney-film 'Song of the South' tot de huidige dag nog steeds controversieel. Critici zeggen dat de stereotypen van deze film 'racistisch en aanstootgevend' zijn. Zo wordt bijvoorbeeld de plantagesfeer als 'idyllisch en verheerlijkt' bekritiseerd.

Van links tot rechts: Luana Patten, James Baskett, Bobby
Driscoll en Glenn Leedy in 'Song of the South' (1946)

Burl Ives, Luana Patten en Bobby Driscoll in 'So Dear to
My Heart' (1949)

Bobby Driscoll en Luana Patten speelden later weer samen in de andere Disney-film 'So Dear to My Heart.' Ook was deze film succesvol. De echte grote doorbraak voor Bobby Driscoll was 'The Window', een spannende en zenuwslopende misdaadfilm dat gebaseerd is op Cornell Woolrich's korte verhaal "The Boy Cried Murder."  Vanwege het succes van deze film kreeg Bobby alle lof van The New York Times

"De opvallende kracht en angstaanjagende impact van dit RKO melodrama is vooral te danken aan Bobby's briljante acteerwerk, want het hele effect zou verloren gegaan zijn als er enige twijfel bestond over de geloofwaardigheid van dit cruciale personage. 'The Window' is het plaatje van Bobby Driscoll. Vergis u er niet over." The New York Times, 8 augustus 1949

Bobby Driscoll in 'The Window' (1949)

Vanwege zijn gewaardeerde acteerprestaties in twee films 'So Dear to My Heart' en 'The Window'  won Bobby op 21 maart 1950 een speciaal miniatuur-Oscarbeeldje tijdens Academy Awards ceremonie.

Bobby Driscoll ontving een mini-Oscarbeeldje

In 1950 speelde hij samen met Britse acteur Robert Newton in Walt Disney's versie van Robert Louis Stevenson's 'Treasure Island.'   De film 'Treasure Island' werd een grote hit. In deze succesvolle film schitterde Bobby met zijn bewezen acteertalenten in zijn rol als Jim Hawkins. 

Bobby Driscoll en Robert Newton als Jim Hawkins
en Long John Silver in 'Treasure Island' (1950)

Van links tot rechts: Robert Newton en Bobby Driscoll
in 'Treasure Island'





Bobby's laatste grote succes was Disney's tekenfilm 'Peter Pan.' Hij was het model voor de close-ups en choreografische bewegingen en leende zijn stem aan het fictieve personage Peter Pan.  Bobby was tijdlang het favoriete kindster van Walt Disney geweest. In een biografie schreef een Amerikaanse schrijver Marc Elliot over de verhouding tussen Bobby Driscoll en Walt Disney;"Walt verwees dikwijls naar Driscoll als de levende belichaming van zijn eigen jeugd."

Van links tot rechs: Bobby Driscoll en Walt Disney

Na 1953 ging het bergafwaarts met de carrière van Bobby Driscoll  dat in een tragedie eindigde. Naarmate Bobby steeds ouder werd en de baard in de keel kreeg, zijn de Amerikaanse filmstudio's steeds minder in hem geinteresseerd.  Zoals een gloednieuwe auto in de loop van jaren haar glans verliest en roestig en afgedankt wordt, overkomt het zeer veel kindsterren ook precies hetzelfde als ze op hun weg naar de volwassenheid hun kinderlijke onschuld verliezen en niet meer aantrekkelijk zijn. Bobby realiseerde zich dat de weg naar roem niet met goud geplaveid is. Kennelijk vergat hij een waargeworden spreekwoord 'het is niet al goud wat blinkt.' Vanaf 1952 had hij weinig werk. In maart 1953 werd Bobby's verlengde contract met Disney studio om onverklaarbare redenen geannuleerd hoewel Bobby eigenlijk tot 1956 bij Disney zou zijn gebleven. Toen Bobby hoorde dat zijn contract beëindigd was, ging hij naar het kantoor van de Disney Studio en verzocht een secretaresse om een gesprek met Walt Disney. Hij kreeg te horen dat Disney het erg druk en geen tijd had om hem te spreken. Ook vertelde de secretaresse hem dat zijn contract definitief opgezegd werd en er geen werk was voor hem. Bobby begon te huilen, toen hij door de beveiligers naar buiten werd uitgeleid. Over Walt Disney zei hij; "Ik was als stuk vuil gedumpt toen ik niet langer een schattig klein kind was en ik sprak hem niet meer aan." In een interview zei hij verbitterd; "Ik werd op een presenteerblaadje gedragen en vervolgens in de vuilnis gedumpt" (gepubliceerd door The Los Angeles Times 13-02-1972). Isabelle Driscoll, de moeder van Bobby, zei;"Het is niet waar dat mensen hem niet wilden helpen. Cornell Wilde wilde hem helpen. Michael Kanin wilde hem helpen. Disney Studios maakte een fout. Ze belden Bobby niet en zeggen hem dat ze met hem wilden praten." In een boek beweerden twee biografen dat Walt Disney Bobby Driscoll seksueel misbruikt had en vervolgens als een baksteen liet vallen. Of het waar is, kan niet bewezen worden, want Walt Disney en Bobby Driscoll zijn al jaren dood en hebben hun geheimen in hun graf meegenomen.

Bobby Driscoll misbruikt?

Bobby Driscoll (links) in gesprek met Walt
Disney tijdens een opname van Peter Pan

In de jaren vijftig van de vorige eeuw was hij slechts in zijn gastrollen op televisie te zien. Ook had hij enkele filmrollen in "The Scarlet Coat" (1955) en "The Party Crashers" (1958). Nadat Bobby de Disney-studio verlaten had, haalden zijn ouders hem van de Hollywood Professional School, een elite-school voor kindacteurs, weg en stuurden hem naar de openbare Westwood University High School. Echter daalden Bobby's schoolcijfers op de openbare school aanzienlijk. Op de school werd hij bespot, gepest en in elkaar geslagen door schoolgenoten wegens zijn vroegere filmcarrière en korte gestalte. Later keerde Bobby op zijn eigen verzoek naar de Hollywood Professional School terug waar hij in mei 1955 kon afstuderen. In zijn schoolperiode raakte hij aan drugs verslaafd. Over zijn drugsgebruik zei Bobby in een interview met Los Angeles Times; "Ik was 17 toen ik voor het eerst met zulke dingen experimenteerde. Ik gebruikte vooral heroïne wat er beschikbaar was, omdat ik het geld had om ervoor te betalen.." (Los Angeles Times 19-10-1961). In 1956 werd hij voor de eerste keer gearresteerd voor het bezit van marihuana. De aanklacht werd later ingetrokken. Op 24 juli 1956 schreef Hedda Hopper, een Amerikaanse actrice en roddelcolumnist, in haar artikel voor Los Angeles Times zeer kritisch; "Dit zou de carrière van deze fijne kerel en goede acteur kunnen kosten."  

Mason City Globe Gazette 11 juli 1956


Bobby Driscoll in een cel.

In december 1956 vertrok Bobby met zijn vriendin Marilyn Jean Rush naar Mexico waar ze konden trouwen. Hun huwelijk hield zich niet lang stand en eindigde in 1960 in echtscheiding. Ze hadden drie kinderen, twee dochters en één zoon. In 1961 werd Bobby gearresteerd en als een drugsverslaafde tot gevangenisstraf veroordeeld. Toen hij na zijn voorwaardelijke vrijlating de gevangenis verliet, kon hij geen acteerwerk vinden en vertrok naar New York waar hij zich aan de kunst wijdde en zijn nieuwe carrière als avant-garde kunstenaar begon. Hij sloot zich aan bij Andy Warhol's Greenwich Village Art Community, beter bekend als The Factory.  Na zijn mislukte poging als avant-garde kunstenaar begon Bobby zich te vereenzamen. Verbitterd, berooid en gedesillusioneerd verviel hij in zijn drugsverslaving en stierf aan overdosis drugs. Op 30 maart 1968, drie weken na zijn 31ste verjaardag, vonden twee spelende jongetjes zijn lichaam in een verlaten woning in East Village in Manhattan. De autopsie wees uit dat Bobby aan hartfalen bezweken was met verharding van de slagaders als gevolg van overdosis drugsgebruik. Een jaar later werd het lichaam van Bobby geidentificeerd. In reactie op de dood van Bobby Driscoll schreef een journalist van The Cedar Rapids Gazette dat de tragedie van Bobby Driscoll als een waarschuwing voor huidige en toekomstige kindsterren en hun ouders beschouwd moet worden en bovendien een les van de tijd is. 

Filmografie:

Song of the South (1946)



So Dear to My Heart (1949)



The Window (1949)



Treasure Island (1950)



Peter Pan (1953)



dinsdag 12 maart 2019

Shirley Temple

Shirley Temple (1928-2014) kon op haar driejarige leeftijd al acteren, zingen en dansen. Haar grote doorbraak kwam toen ze vijf jaar oud was en een sterretje werd door de film 'Stand Up and Cheer.' Binnen drie jaar was ze het grootste kassucces van Amerika, met een jaarinkomen van meer dan 300.000 dollar. Shirley Temple was één van de beroemdste en legendarische kindsterren in de geschiedenis van Hollywood. Toen Amerika na de beurskrach van 1929 onder de zware depressie zuchtte, geloofden zeer veel Amerikanen dat ze geen reden hadden om weer bovenop te komen. Maar toch...was het kindsterretje Shirley Temple op een wonderlijke wijze erin geslaagd om niet alleen te glimlachen maar ook om te zingen en te dansen. Met haar vrolijkheid, gelach, veerkrachtige blonde krulletjes en kuiltjes in de wangetjes die de somberheid van de economische depressie moesten verdrijven, stal ze de harten van miljoenen Amerikanen. Met haar charmante optreden gaf ze ook hoop dat alles ondanks de economische depressie goed zou komen. De films met Shirley Temple als de hoofdrolspeelster waren volgens biografe Anne Edwards gezien als hoop en optimisme, waarmee het kindsterretje problemen oploste en ruzies beëindigde. De Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt sprak al vol lof over Shirley Temple. Hij zei;"Het is zo prachtig dat een Amerikaan voor slechts vijftien dollar naar de bioscoop kan gaan om het lachende gezicht van een kind te zien en zijn problemen te vergeten." 





Shirley Temple was de lieveling van ieder Amerikaan. In de ogen van miljoenen Amerikanen was ze ideaal en reëel, dus een voorbeeldig kind. Bijna haast surreëel. Algauw was Amerika overstroomd met Shirley Temple-poppen, poppekleertjes, zeep, boeken, enzovoorts. Duizenden meisjes met steil haar moesten van hun ouders naar de kapper gaan om er als Shirley Temple uit te zien, vooral als ze op de foto moesten. Slimme ondernemers gebruikten de naam Shirley Temple als hun handelsmerk om hun waar te kunnen verkopen. Zo schoten kinderkapsalons als paddestoelen uit de grond. Fotostudio's zagen hun omzet stijgen als ze zelfs iets wisten een saaiste kind nog iets van een Shirley Temple-type te maken, ook al was het niet zo echt simpel. Want niet ieder moeder kon haar kind zo goed aanmoedigen als Shirley's moeder. Bij ieder filmopname riep ze haar dochtertje toe;"Stralen, Shirley! Stralen!"

Shirley Temple-poppetje

Shirley Jane Temple werd op 23 april 1928 als derde kind van huisvrouw Gertrude Amelia en bankbediende George Francis Temple in Santa Monica, Californië geboren. Ze heeft twee oudere broers, John Stanley Temple en George Francis Temple Jr. De familie Temple was van Engelse, Duitse en Nederlandse afkomst. Even later verhuisde het gezin Temple naar Brentwood in Los Angeles. De filmcarriére van Shirley Temple begon op driejarige leeftijd. Vanwege haar professionale optreden werd de jonge Shirley ontdekt door Jay Corney, een songwriter, toen ze kon tapdansen en zingen. In 1934 had ze een contract met de filmmaatschappij Fox Film Corporation (de voorloper van de huidige 20th Century Fox) getekend. In die tijd stond de filmstudio Fox aan de rand van het faillissement. Al gauw bleek Shirley Temple de belangrijkste troef van de studiobaas en filmproducent Darryl F. Zanuck en zijn studio. Het meeste succes had de studio met het kindsterretje Shirley Temple, wiens films zeer populair bij het grote publiek bleken te zijn. Shirley Temple werd de grootste kindster van het decennium om de beginnende studio 20th Century Fox draaiend te houden. Met haar succesvolle films wist ze de noodlijdende filmmaatschappij van de ondergang te redden. 

Boven en onder; Shirley Temple en Bill 'Bojangles' Robinson
in 'The Little Colonel' (1935)



Shirley Temple in 'Rebecca of Sunnybrook Farm' (1938)

Shirley Temple en Bill 'Bojangles' Robinson in 'Rebecca
of Sunnybrook Farm' (1938)






De populairiteit van Shirley Temple was in de jaren dertig van de vorige eeuw ongekend. Zo was de kindster bijvoorbeeld geanimeerd met Donald Duck in de tekenfilm 'The Autograph Hound.' 



In 1939 was ze het onderwerp van het controversiële kunstwerk 'Shirley Temple, the Youngest, Most Scared Monster of the Cinema in Her Time' van de Spaanse schilder Salvador Dali. Het schilderij toont Shirley Temple als een Sfinx. Het hoofd van Shirley, vervaardigd uit een foto van een kranteknipsel, is neergezet op het lichaam van een rode leeuwin met borsten en witte klauwen. Bovenop het hoofd zit een vleermuis die de vampier voorstelt. Rondom de Sfinx staan een menselijke schedel en andere botten, waarmee ze haar laatste moord suggereert. Het schilderij wordt beschouwd als een satire op de door Hollywood seksualisering van kindsterren. Eigenlijk vond de excentrieke Spaanse schilder in zijn scherpe kritiek dat kindsterren door het toedoen van Hollywood vroegrijp waren geworden en daardoor hun onschuld verloren. Het schilderij is nu nog steeds in het museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam te zien.


Het schilderij van Salvador Dali; Shirley Temple, het Jongste,
Meest Heilige Monster van de Bioscoop in Haar Tijd
Er werd ook een drankcocktail naar Shirley Temple genoemd. Naar verluidt zou een barman van in Beverly Hills gevestigde restaurant Chasen's dat door Shirley Temple regelmatig bezocht werd, een cocktail, gevuld met gemberbier, grenadine en sinaasappelsap en versierd met een maraschino-kers, uitgevonden en de naam van het kindsterretje gegeven hebben. Echter blijven het originele recept van de befaamde Shirley Temple cocktail evenals de uitvinder betwist. Voor sommigen bestaat de Shirley Temple cocktail uit 7-Up met een scheutje grenadine en een paar maraschino-kersen. 

Shirley Temple Cocktail

Zoals het meeste kindsterren overkomt, was de populariteit van Shirley Temple gedaald toen ze ouder werd. Op haar 22-jarige leeftijd stopte ze met filmen. Al reeds op 12 jarige leeftijd werd ze naar Westlake School for Girls, een exclusieve landelijke school in Los Angeles gestuurd. Nadat Shirley Hollywood verliet, richtte ze haar energie op non-profitorganisaties als de Multiple Scleross Society. Ze was ook medeoprichter van de International Federation of Multiple Scleross. Want één van haar broers, George Francis Temple jr, leed aan de ziekte. Shirley Temple was ook in de politiek zeer actief. In 1967 stelde ze zich kiesbaar voor een Republikeinse zetel in het Congres maar verloor van één van haar tegenstanders. Twee jaar later werd ze door president Richard Nixon tot afgezant benoemd om de Verenigde Staten tijdens een zitting van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties te vertegenwoordigen. Shirley Temple was van 23 augustus tot met 12 juli 1992 ambassadeur in TsjechoSlowakije. Bovendien was ze ook de eerste vrouwelijke hoofd van het protocol in het Witte Huis en was verantwoordelijk voor inauguratie en inaugurele rede van de gekozen president. Vanwege haar bijzondere verdiensten op het gebied van entertainment ontving ze verschillende prijzen en onderscheidingen, waaronder de Screen Actors Guild Life Achievement Awarrd en Kennedy Center Honor. 

Shirley Temple als volwassene

Shirley Temple ondergescheiden met
Kennedy Center Honours (1998)

In haar privé-leven was ze eerst getrouwd met John Agar, een sergeant van Army Air Corps. Uit het eerste huwelijk werd Linda Susan Agar geboren. Twee jaar later scheidde Shirley Temple zich om persoonlijke redenen van John Agar. Een jaar later hertrouwde ze Charles Alden Black, een officier van Navy Intelligence. Met haar tweede echtgenoot kreeg ze twee kinderen, Charles Alden jr en Lori. Shirley Temple en Charles Black waren 54 jaar getrouwd. Op 4 augustus 2005 overleed Charles Alden Black. Op 10 februari 2014 was Shirley Temple op 85-jarige leeftijd in haar huis in Woodside, Californië, overleden. Haar familie verklaarde eerst dat ze aan natuurlijke dood was gestorven. Maar volgens de officiële overlijdensakte dat op 3 maart 2014 werd vrijgegeven, was de echte doodsoorzaak COPD, een door rookverslaving veroorzaakte longziekte. Als een levenslange roker vermeed ze het openbaar maken van haar rookgewoonte, want ze wilde geen slechte voorbeeld aan haar fans geven. 


Filmografie:

The Little Colonel (1935)


Our Little Girl (1935)
The Littlest Rebel (1935)
Captain January (1936)


Poor Little Rich Girl (1936)


Dimples (1936)
Stowoway (1936)
Wee Willie Winkie (1937)
Heidi (1937)


Rebecca of Sunnybrook Farm (1938)


Little Miss Broadway (1938)
The Little Princess (1939)


The Blue Bird (1940)


Videoclips: 

  
                                                             Clip 'The Little Colonel'


                                                               Clip 'The Blue Bird'

Links:


www.shirleytemple.com